17.01.2017

Dividenduitkering aan buitenlandse vennootschap: bijkomende voorwaarden voor verlaagd tarief RV

Sinds eind 2015 geldt er een bijzonder tarief van 1,6955 % in de roerende voorheffing op dividenden die worden uitgekeerd aan buitenlandse moedervennootschappen. Dit tarief werd ingevoerd om de Belgische regels in overeenstemming te brengen met de Europese regels. De wetgever heeft nu nieuwe voorwaarden toegevoegd waaraan moet worden voldaan om van dit gunsttarief te kunnen genieten.

Kort de voorgeschiedenis

Dividenden uitgekeerd aan Belgische en buitenlandse moeders werden tot vorig jaar verschillend behandeld. Buitenlandse vennootschappen kunnen bepaalde aftrekken niet of niet op dezelfde manier toepassen (dbi-aftrek) als Belgische vennootschappen. Dit leidt er toe dat hun dividenden zwaarder worden belast. Het Hof van Justitie heeft België al in 2012 veroordeeld voor deze ongelijke behandeling van binnenlandse en buitenlandse moeders. De wetgever moest tegemoet komen aan deze kritiek. Dat heeft ze gedaan door de roerende voorheffing op de dividenden van deze buitenlandse vennootschappen drastisch te verlagen tot 1,6955 %.

Dit tarief van 1,6955 % is van toepassing op dividenden die Belgische vennootschappen uitkeren aan vennootschappen die gevestigd zijn in een land dat lid is van de EER (Europese Economische Ruime = de EU + IJsland, Liechtenstein en Noorwegen) of in een land waar België een belastingverdrag mee heeft afgesloten. De moeder moet beschikken over een deelneming van minstens 2,5 miljoen EUR, die ze minstens één jaar ononderbroken in volle eigendom behoudt.

De 1,6955 % is de facto gelijk aan wat Belgische moeders betalen: 33,99 % vennootschapsbelasting op 5 % van wat de dividenden die ze van hun dochters ontvangen (de andere 95 % wordt als dbi-aftrek afgetrokken). 

Nieuwe voorwaarden

Het nieuwe tarief blijft gelden, maar de wetgever heeft wel extra voorwaarden toegevoegd die moeten worden vervuld, om van dat tarief te kunnen genieten.

Niet voor Belgische moeder

Een eerste wetswijziging bevestigt voor de duidelijkheid dat verkrijgende vennootschappen die in België gevestigd zijn, niet in aanmerking komen voor het verlaagd tarief. De moeder moet immers gevestigd zijn in “een andere lidstaat van de EER”.

Identificatieverplichting

Daarnaast zal de verkrijgende moeder een attest moeten voorleggen aan haar uitkerende Belgische dochter, waarin wordt bevestigd dat aan de verschillende voorwaarden is voldaan. In het attest moet de verkrijger duidelijk worden geïdentificeerd: de volledige naam, rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer moet worden vermeld.

Taxatievoorwaarde voor uitkerende en ontvangende vennootschappen

Voor de uitkerende Belgische vennootschap geldt voortaan een taxatievoorwaarde. Uitkeringen door een Belgische vennootschap die niet in aanmerking komen voor dbi-aftrek kunnen daardoor ook niet van het verlaagd tarief genieten. Zo vallen gereglementeerde vastgoedvennootschappen en bepaalde beleggingsvennootschappen uit de boot.
Ook nieuw, de ontvangende moeder zal aan een taxatievoorwaarde moeten voldoen, wat betekent dat ze aan de vennootschapsbelasting of een gelijkaardige belasting moet zijn onderworpen.


print
Himpe, Lisabeth & Co
Coupl'Voie 8
9600 Ronse
T. 055/23 00 40
F. 055/23 00 48
info@himpe.net
Accountantskantoor Himpe & Co
Tulpenlaan 167-169
8540 Deerlijk
T. 056/71 22 01
F. 056/72 83 66
info@himpe.eu
Zoeken